Nubische geiten

Rasomschrijving.
Een Nubische melkgeit heeft lange, hangende oren. Toch is niet iedere geit met hangoren een Nubische geit. Er zijn bijna honderd verschillende hangoorgeitenrassen over de wereld verspreid. Zij komen veel voor in het Midden-Oosten, India, Afrika en Zuid-Amerika. Via omwegen hebben sommige van deze hangoorgeitenrassen hun weg naar Nederland gevonden. De verschillen in uiterlijke kenmerken tussen deze rassen kunnen soms heel klein en soms heel groot zijn. Het Nubische ras is een uitzonderlijk ras in die zin dat het een door de mens ontwikkeld geitenras is. Zij is een kruising tussen drie oosterse hangoorgeitenrassen. Dit feit hebben wij aan de Engelsen te danken.

Geschiedenis van het ras.
De voorouders van het Anglo-Nubische geitenras werden reeds duizenden jaren in het Midden-Oosten gehouden, primair voor voedsel (melkproducten en vlees) en vormden een onmisbaar onderdeel van de huishouding. Doordat zij in kleine kuddes onder het zorgzame toezicht van herders werden gehouden ontstond een hechte band tussen mens en dier. Zodoende ontwikkelden deze geiten een aanhankelijk en zachtaardig karakter dat nog steeds aanwezig is in het tegenwoordige Nubische melkgeitenras.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden er op Engelse P&O stoomboten melkgeiten uit Egypte en andere delen van Afrika meegenomen om de passagiers aan boord gedurende de lange reis van verse melk te kunnen voorzien. Eenmaal in Engeland werden deze statige hangoorgeiten al snel door enthousiaste liefhebbers gekocht. Toen deze geiten gekruist werden met Engelse landgeiten bleken de oosterse kenmerken goed door te vererven.

Rond de eeuwwisseling hebben de Engelsen enkele (oosterse) bokken geïmporteerd. Deze zouden een grote invloed hebben op de verdere ontwikkeling van het ras en zij zijn de stamvaders van het Anglo-Nubische ras. In 1910 werden een vierhonderdtal geiten en bokken op basis van uiterlijke kenmerken en afstamming door de Engelse Geiten Vereniging ( BGS = Brittish Goat Society ) als de eerste volbloed Anglo-Nubische stamboekgeiten geregistreerd. Voorwaarde voor registratie was dat zij minstens zes geregistreerde generaties hadden die uitsluitend afstamden van één van de drie oosterse importbokken. Een combinatie van de raskenmerken van deze drie bokken vormt de basis voor de huidige rasomschrijving van het Nubische ras.

Wat een Nubische geit herkenbaar maakt, is haar hele houding. Statig en parmantig. Zij is het grootste geitenras ter wereld. Een hoog op de benen staande geit met massa (niet te verwarren met overtollig vet) en een sterk skelet dat toch elegantie en melkrijkheid weerspiegelt. Vrouwelijke dieren kunnen tussen de tachtig en honderd kilo wegen en bokken zelfs meer dan hondervijftig kilo. De kop van een Nubische geit dient een mooi gebogen neusbeen te hebben met lange, brede, hangende oren die tot voorbij de lippen dienen te reiken (minstens twee centimeter er voorbij). Oorlengtes variëren en zij kunnen langer dan dertig centimeter worden.

De kop dient hoog (majestueus) te worden gedragen op een lange slanke nek zonder belletjes of baard. De grote donkere ogen moeten het zachtaardige karakter van het oosterse ras weerspiegelen. De wat steile schouderplaatsing en de hoge schoft zorgen weleens voor gezichtsbedrog. Doordat de overgang van schoft naar rug soms minder vloeiend lijkt te verlopen kan een onervaren oog dit ten onrechte bekritiseren als een zwakke rug. Ook de lange en steile achterbenen roepen bij sommigen vraagtekens op. Maar het mag heus wel. De beharing dient kort, fijn en glanzend te zijn en alle kleurschakeringen zijn mogelijk en toegestaan.

Het Anglo-Nubische geitenras heeft een internationale populariteit. Zij wordt niet alleen met veel enthousiasme gehouden en gefokt in Engeland en Nederland, maar ook in landen als Canada, Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Duitsland en België wordt een stamboek bijgehouden. In landen in Zuid-Amerika en Afrika bestaat in ontwikkelingsprojecten veel belangstelling voor Nubische geiten om de inheemse rassen te verbeteren